Hengelo Vertelt: Het verhaal van Stork deel 2

De naam Stork is onlosmakelijk verbonden met Hengelo. Hengelo is een stad die is ontstaan uit de dromen van pioniers zoals Stork en Hazemeijer. Vooral de familie Stork heeft een grote stempel gedrukt op de industriële en maatschappelijke ontwikkelingen van Hengelo. Vandaag deel 2 van het verhaal van Stork.

Terug naar overzicht

C.T. Stork en het spoor: hoe Hengelo een industrieel hart werd

Halverwege de 19e eeuw stond Twente op het punt om door te breken als industriële regio. Er was alleen één groot probleem: de aanvoer van kolen. Zonder kolen geen machines, en zonder machines geen vooruitgang.

Ondernemer C.T. Stork zag dat er een oplossing moest komen. In 1858 sloeg hij de handen ineen met de fabrikanten Gelderman en Salomonson. Samen zetten ze zich in voor de aanleg van een spoorlijn van Almelo via Hengelo naar Salzbergen in Duitsland. Zo konden kolen uit het Ruhrgebied naar Twente worden gebracht. Tegelijkertijd lobbyde Stork in Den Haag voor een tweede verbinding: Zutphen–Hengelo–Enschede.

Met succes: midden jaren 1860 lagen beide spoorlijnen er. Hengelo groeide uit tot een belangrijk knooppunt. Voor Stork was dat hét moment om in 1868 zijn machinefabriek en weverij naar Hengelo te verplaatsen, vlak naast het spoor. Zo legde hij de basis voor de bloei van stad en industrie.

Dankzij deze spoorverbindingen groeide Twente razendsnel uit tot een centrum van textiel en metaal. Hengelo werd het hart van de metaalindustrie, en Stork een icoon van vooruitgang. Zijn visie maakte niet alleen zijn bedrijf groot, maar gaf ook richting aan de ontwikkeling van de hele regio.

Stork: sociaal en innovatief

Het bedrijf Stork stond niet alleen bekend om zijn technische vernieuwingen, maar ook om zijn sociale betrokkenheid. Werknemers konden rekenen op voorzieningen die in die tijd zeldzaam waren: een bedrijfsschool, zieken- en pensioenfondsen, een studiefonds en zelfs een vroege vorm van medezeggenschap. 

Daarnaast stimuleerde Stork gemeenschapszin met een eigen Verenigingsgebouw, waar ruimte was voor cultuur, ontspanning en de eerste bibliotheek van Hengelo. Muziekvereniging Armonia en toneelgroep Stork’n Nus traden er op, waardoor werken bij Stork niet alleen zekerheid bood, maar ook een rijk verenigingsleven.

Tuindorp 't Lansink

Een bijzonder hoogtepunt van dit sociale beleid was de aanleg van Tuindorp ’t Lansink. In 1911 legde Frans Stork, kleinzoon van oprichter C.T. Stork, de eerste steen. Het idee kwam van zijn vader, C.F. (‘Coen’) Stork, die zich liet inspireren door de Engelse tuinsteden en het Agnetapark in Delft van Jacob van Marken. In Tuindorp ’t Lansink woonden arbeiders, beambten én directeuren naast elkaar – uniek voor die tijd.

De wijk werd ontworpen door architecten Karel Muller en Beudt en landschapsarchitect Wattez. Zij kozen voor een ruim opgezette wijk met veel groen, waarbij de bestaande landschapsstructuur van lanen, dijken en erven behouden bleef. Het resultaat was een harmonieus geheel met diverse woningtypes en een sterke sociale samenhang.

Tot op de dag van vandaag geldt Tuindorp ’t Lansink als een van de mooiste voorbeelden van tuindorpen in Nederland, en als blijvend symbool van de sociale en vooruitstrevende visie van Stork.

April-meistakingen 1943

Op 29 april 1943, even na de middagpauze leggen 3.000 arbeiders van Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo het werk neer. De aanleiding was het bericht dat de omstreeks 300.000 Nederlandse mannen die in mei 1940 in dienst van het Nederlandse leger waren geweest, zich moesten melden voor krijgsgevangenschap in Duitsland. de Arbeidsinzet. Dat leidde tot grote woede.

Het was een goed georganiseerde en moedige actie, die bekend zou worden als de April-meistakingen 1943. Het protest verspreidde zich razendsnel over Nederland, maar werd hard de kop ingedrukt. De Duitse vergeldingen waren meedogenloos, en honderden stakers lieten het leven. 

Frans Stork: de laatste Stork

Na drie generaties Stork-directeuren was Frans Stork de laatste uit de familie die leiding gaf aan de Machinefabriek Stork in Hengelo. Als kleinzoon van oprichter C.T. Stork trad hij in de voetsporen van zijn vader en grootvader. Onder zijn leiding maakte het bedrijf de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog mee, gevolgd door jaren van groei en internationale expansie.

'Meneer Frans' stond bekend als een betrokken directeur, die niet alleen oog had voor techniek en innovatie, maar ook voor de mensen in het bedrijf. Er werd gezegd dat hij bijna iedereen in de fabriek persoonlijk kende. Toen Frans Stork uiteindelijk in 1968 terugtrad als directeur, betekende dit het einde van een tijdperk: voor het eerst sinds 1868 stond er geen familielid meer aan het roer van de fabriek. Zijn vertrek markeerde het begin van een nieuwe fase voor de machinefabriek, waarin het bedrijf verderging zonder de familie die ooit de basis legde. Inmiddels zijn alle onderdelen van het oorspronkelijk Storkconglomeraat verkocht en veelal in buitenlandse handen overgegaan. Veel fabriekshallen zijn uit het stadbeeld verdwenen. Op het nieuwe industrieterrein aan het Twentekanaal bevindt zich nog een laatste Storkvestiging die deel uitmaakt van een grote multinational.

Delen
  • Facebook
  • Mail
  • LinkedIn
  • Twitter

De allerleukste tips voor uitjes in Hengelo ontvangen?

Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief! Zo ben jij altijd als eerste op de hoogte van de laatste nieuwtjes en de leukste tips.